Een scanuitzondering inschakelen en uitschakelen
Zo schakelt u een scanuitzondering in of uit:
- Klik in het hoofdvenster van het programma op de knop
. - Selecteer Algemene instellingen → Dreigingen en uitzonderingen in het venster met de programma-instellingen.
- Klik in het blok Uitzonderingen op de koppeling Uitzonderingen beheren .
- Selecteer de gewenste uitzondering in de lijst met scanuitzonderingen.
- Gebruik de schakelaar naast een object om dit object op te nemen in het scanbereik of om het uit te sluiten.
- Sla uw wijzigingen op.
Naar boven