De bescherming van dumpbestanden en tracebestanden inschakelen en uitschakelen
Dump- en tracebestanden bevatten informatie over het besturingssysteem en vertrouwelijke gegevens van de gebruiker. Om de onbevoegde toegang tot zulke gegevens te voorkomen, kunt u de bescherming van dump- en tracebestanden inschakelen.
Als de bescherming van dump- en tracebestanden is ingeschakeld, kunnen de bestanden worden geopend door de volgende gebruikers:
Dumpbestanden kunnen worden geopend door de systeembeheerder en de lokale beheerder, alsook door de gebruiker die het schrijven van informatie naar dump- en tracebestanden heeft ingeschakeld.
Tracebestanden kunnen alleen worden geopend door de systeembeheerder en de lokale beheerder.
Zo schakelt u de bescherming van dump- en tracebestanden in:
Selecteer het gedeelte Geavanceerde instellingen aan de linkerkant.
De programma-instellingen worden rechts in het venster weergegeven.
Klik in het gedeelte Uitvoermodus op de knop Instellingen.
Het venster Uitvoermodus wordt geopend.
Voer een van de volgende acties uit:
Schakel het selectievakje Bescherming voor dump- en tracebestanden inschakelen in als u de bescherming wilt inschakelen.
Schakel het selectievakje Bescherming voor dump- en tracebestanden inschakelen uit als u de bescherming wilt uitschakelen.
Klik op OK in het venster Uitvoermodus.
Klik in het hoofdvenster van het programma op de knop Opslaan om de wijzigingen op te slaan.
Dump- en tracebestanden waarnaar informatie is geschreven wanneer de bescherming actief was blijven zelfs na de uitschakeling van deze functie beschermd.