De bescherming van dumpbestanden en tracebestanden inschakelen en uitschakelen

Dump- en tracebestanden bevatten informatie over het besturingssysteem en vertrouwelijke gegevens van de gebruiker. Om de onbevoegde toegang tot zulke gegevens te voorkomen, kunt u de bescherming van dump- en tracebestanden inschakelen.

Als de bescherming van dump- en tracebestanden is ingeschakeld, kunnen de bestanden worden geopend door de volgende gebruikers:

Zo schakelt u de bescherming van dump- en tracebestanden in:

  1. Open het venster met de programma-instellingen.
  2. Selecteer het gedeelte Geavanceerde instellingen aan de linkerkant.

    De programma-instellingen worden rechts in het venster weergegeven.

  3. Klik in het gedeelte Uitvoermodus op de knop Instellingen.

    Het venster Uitvoermodus wordt geopend.

  4. Voer een van de volgende acties uit:
    • Schakel het selectievakje Bescherming voor dump- en tracebestanden inschakelen in als u de bescherming wilt inschakelen.
    • Schakel het selectievakje Bescherming voor dump- en tracebestanden inschakelen uit als u de bescherming wilt uitschakelen.
  5. Klik op OK in het venster Uitvoermodus.
  6. Klik in het hoofdvenster van het programma op de knop Opslaan om de wijzigingen op te slaan.

Dump- en tracebestanden waarnaar informatie is geschreven wanneer de bescherming actief was blijven zelfs na de uitschakeling van deze functie beschermd.

Naar boven