Specifieke acties van programma’s uitsluiten van regels voor programmacontrole
Zo sluit u specifieke acties van programma’s uit van regels voor programmacontrole:
- Open het venster met de programma-instellingen.
- Selecteer in het gedeelte Endpoint-controle links in het venster het subgedeelte Controle van programmabevoegdheden.
Rechts in het venster ziet u de instellingen van het onderdeel Controle van programmabevoegdheden.
- Klik op de knop Programma's.
Hiermee opent u het tabblad Regels voor programmacontrole in het venster Controle van programmabevoegdheden.
- Selecteer het noodzakelijke programma.
- Selecteer in het contextmenu van het programma de optie Programmaregels.
Het venster Regels voor programmacontrole wordt geopend.
- Selecteer het tabblad Uitzonderingen.
- Schakel de selectievakjes naast de programma-acties in die niet moeten worden gemonitord.
- Klik op OK.
- Klik in het venster Programma's op OK.
- Klik op de knop Opslaan om de wijzigingen op te slaan.
Naar boven