Een configuratiebestand aanmaken en gebruiken

Met een configuratiebestand met instellingen van Kaspersky Endpoint Security kunt u de volgende taken uitvoeren:

Zo maakt u een configuratiebestand aan:

  1. Open het venster met de programma-instellingen.
  2. Selecteer links in het venster het gedeelte Geavanceerde instellingen.

    De geavanceerde programma-instellingen worden rechts in het venster weergegeven.

  3. Klik in het gedeelte Instellingen beheren op de knop Opslaan.

    Hiermee opent u het standaardvenster Selecteer een configuratiebestand in Microsoft Windows.

  4. Geef het pad op waar u het configuratiebestand wilt opslaan en voer de naam ervan in.

    Als u het configuratiebestand wilt gebruiken om Kaspersky Endpoint Security lokaal of op afstand te installeren, moet u het bestand ‘install.cfg’ noemen.

  5. Klik op de knop Opslaan.

Zo importeert u de instellingen van Kaspersky Endpoint Security vanuit een configuratiebestand:

  1. Open het venster met de programma-instellingen.
  2. Selecteer links in het venster het gedeelte Geavanceerde instellingen.

    De geavanceerde programma-instellingen worden rechts in het venster weergegeven.

  3. Klik in het gedeelte Instellingen beheren op de knop Laden.

    Hiermee opent u het standaardvenster Selecteer een configuratiebestand in Microsoft Windows.

  4. Geef het pad naar het configuratiebestand op.
  5. Klik op de knop Openen.

Alle waarden van de instellingen van Kaspersky Endpoint Security worden overeenkomstig het geselecteerde configuratiebestand ingesteld.

Naar boven