U kunt het volgende doen om de instellingen van scantaken te configureren:
U kunt een van de vooraf ingestelde beschermingsniveaus selecteren of instellingen voor een beschermingsniveau handmatig configureren. Als u de instellingen van een beschermingsniveau wijzigt, kunt u altijd de aanbevolen instellingen van het beschermingsniveau herstellen.
U kunt het scanbereik vergroten of verkleinen door scanobjecten toe te voegen of te verwijderen of door te wijzigen welke soort bestanden u wilt scannen.
U kunt het scannen van bestanden optimaliseren: kort de duur van scans in en laat Kaspersky Endpoint Security sneller werken. Hiertoe scant u gewoon de nieuwe bestanden en de bestanden die sinds de vorige scan zijn gewijzigd. Deze modus is zowel op enkelvoudige als op samengestelde bestanden van toepassing. U kunt ook een limiet voor het scannen van een enkel bestand instellen. Wanneer het opgegeven tijdsinterval is verstreken, sluit Kaspersky Endpoint Security het bestand uit van de huidige scan (behalve archieven en objecten met meerdere bestanden).
U kunt ook het gebruik van de iChecker- en iSwift-technologieën inschakelen. Deze technologieën optimaliseren de snelheid waarmee bestanden worden gescand door de bestanden die sinds de laatste scan niet zijn gewijzigd uit te sluiten.
Kaspersky Endpoint Security gebruikt een analyse op basis van definities als deze functie is ingeschakeld. Tijdens de analyse op basis van definities controleert Kaspersky Endpoint Security of het gevonden object in de database voorkomt. Op aanbeveling van de Kaspersky-experts is de analyse op basis van definities altijd ingeschakeld.
Om de doeltreffendheid van de bescherming te verhogen, kunt u de heuristische analyse gebruiken. Tijdens de heuristische analyse analyseert Kaspersky Endpoint Security de activiteit van objecten in het besturingssysteem. De heuristische analyse kan kwaadaardige objecten vinden die momenteel niet voorkomen in de database van Kaspersky Endpoint Security.
Als de scantaak om een willekeurige reden niet kan worden uitgevoerd (de computer is bijvoorbeeld uitgeschakeld op dat moment), kunt u instellen dat de overgeslagen taak automatisch moet worden gestart zodra dit mogelijk is.
U kunt de scantaak na de opstart van het programma uitstellen als u de uitvoermodus Volgens schema voor de updatetaak hebt geselecteerd en als de starttijd van Kaspersky Endpoint Security overeenkomt met het uitvoerschema van de scantaak. De scantaak kan pas worden gestart wanneer het opgegeven tijdsinterval na de opstart van Kaspersky Endpoint Security is verstreken.