U kunt een basiscomputer gebruiken om een afbeelding te maken met een set programma's die u nodig hebt. U kunt deze afbeedling vervolgens gebruiken om het besturingssysteem en de programma's op andere computers te implementeren. Het is niet altijd haalbaar om de afbeelding up-to-date te houden. Met Programmacontrole kunt u een lijst met toegestane programma's bijhouden op basis van een basiscomputer. Programmacontrole bepaalt automatisch welke programma's zijn geïnstalleerd op de basiscomputer en werkt de categorie bij. Op deze manier krijgen de computers een bijgewerkte lijst met toegestane programma's.
De configuratie van Programmacontrole op basis van een basiscomputer omvat de volgende stappen:
Automatisch een bijgewerkte categorie aanmaken in de Beheerconsole (MMC)
Een categorie aanmaken met inhoud die automatisch wordt toegevoegd in de Webconsole en Cloudconsole
Wanneer u een categorie aanmaakt die automatisch wordt bijgewerkt, kan het handig zijn om de bestanden in meerdere categorieën onder te verdelen. Bijvoorbeeld bestanden van het besturingssysteem en bestanden van de Program Files map. Hiervoor kunt u een filter in de categorie-instellingen gebruiken en afzonderlijke mappen selecteren.
Configureer Programmacontrole op basis van een basiscomputer in de Beheerconsole (MMC)
Configureer Programmacontrole op basis van een basiscomputer in de Webconsole en Cloudconsole
Configureer Programmacontrole op basis van een basiscomputer in de programma-interface