Een beveiligde verbinding gebruiken
Zo gebruikt u een beveiligde verbinding:
- Open het hoofdvenster van het programma en zet de schakelaar in de stand Aan.
- Selecteer Beveiligde verbinding maken in het contextmenu van het programmapictogram in het systeemvak.
Een beveiligde verbinding wordt ingeschakeld. De status van de beveiligde verbinding kan tijdens de werking van het programma worden gewijzigd.
Naar boven